Leiderschapsstijlen

Eén van de bekendste modellen voor leidinggeven is het situationeel leiderschap van Hersey en Blanchard. Het model heeft twee dimensies: taakgericht en relatiegericht gedrag van de manager.

  1. Bij taakgericht leidinggeven ligt het accent op het einddoel en de uitvoering van de taak. De leidinggevende stelt de doelen en doelstellingen vast, plant en organiseert het werk, geeft prioriteiten aan, bepaalt welke werkmethoden er gevolgd worden, hoe controle en evaluaties plaatsvinden en houdt nauwgezet toezicht op de voortgang. Deze stijl zal door veel medewerkers als éénrichting en autoritair worden ervaren.
  2. Bij relatiegericht leidinggeven ligt het accent op de onderlinge verhouding. De leidinggevende moedigt aan, bevestigt, prijst, luistert actief, vraagt om suggesties en ideeën, stimuleert zelfstandige probleemoplossing, maakt informatie toegankelijk, moedigt teamwork aan en durft zich kwetsbaar op te stellen. Deze meer participatieve stijl kenmerkt zich door twéérichting communicatie.

 

Dit resulteert in vier te onderscheiden basisleiderschapsstijlen:

  1. Weinig relatie- en weinig taakgericht
  2. Weinig relatie- en veel taakgericht
  3. Veel relatie- en weinig taakgericht
  4. Veel relatie- en veel taakgericht

 

Elk van deze vier basisstijlen kan effectief of ineffectief zijn, dit hangt af van de taakvolwassenheid van de medewerker. Bij taakvolwassenheid van medewerkers worden eveneens twee dimensie onderscheiden.

  1. bekwaamheid gebaseerd op kennis, ervaring en vaardigheid (vakinhoudelijke competentie).
  2. bereidheid gebaseerd op prestatie of motivatie, verantwoordelijkheidsgevoel en zelfvertrouwen).

 

Dit resulteert in vier niveaus van taakvolwassenheid:

  1. laag: niet bekwaam en niet bereid
  2. laag tot middelmatig: niet bekwaam, wel bereid
  3. middelmatig tot hoog: bekwaam maar niet bereid
  4. hoog: bekwaam en bereid

 

Om effectief leiding te geven moet men de stijl van leidinggeven afstemmen op de medewerker – een beginner stuur je immers anders aan dan een ervaren kracht. Vertrekpunt daarbij is het ontwikkelingsniveau van de medewerker waarbij  de leidinggevende een passende stijl van leidinggeven kiest.