DSDM Atern

Bij automatiseringsprojecten is het vaak niet mogelijk om het watervalmodel toe te passen. Dit komt door de grootte van het systeem en de time to market. Praktisch geen enkel systeem wordt namelijk in één keer perfect gebouwd. Het is vaak effectiever en efficiënter om een basis te realiseren en te implementeren (bijvoorbeeld 70% tot 80%) om alvast een eerste return on investment (ROI) te verkrijgen. Men spreekt dan van een eerste increment dat wordt opgeleverd. In een volgend increment (iteratieslag) wordt de overige of nieuwe functionaliteit geboden. Het gevolg is dat zware ‘change control’ procedures overbodig zijn, omdat niet terug moet worden gegaan naar eerdere stappen in het ontwikkelproces.

Dit incrementeel ontwikkelen staat bekend onder de naam RAD (Rapid Application Development) en werd in 1991 geïntroduceerd door James Martin. Een methode hiervoor is de in 1994 ontwikkelde Dynamic Systems Development Methode (DSDM). Het is een raamwerk voor het uitvoeren van met name systeem/software-ontwikkeltrajecten.

In juli 2006 werd DSDM weliswaar openbaar beschikbaar gesteld, maar iedereen die DSDM verkoopt moet nog steeds lid zijn van het DSDM consortium. Deze methode heeft na versie 4.2 een ingrijpende ‘make over’ ondergaan en gaat sinds 2007 verder onder de naam Atern V2. Atern komt van Arctic Tern, de naam van een vogel.

Een belangrijk verschil tussen DSDM en andere projectmanagement methoden is dat tijd en middelen (geld) in een project gefixeerd worden en de scope (functionaliteit) kan variëren.